Zwevingen
Als twee geluidsbronnen met een klein verschil in frequentie met een gelijke geluidssterkte
geluid uitzenden, ontstaat er een zweving. Men hoort namelijk een verandering
in de amplitude van de geluidssterkte. Als beide geluidsbronnen een signaal uitzenden
met een amplitude A dan heeft de zweving een amplitude van 2A. De frequentie waarmee
we de zweving waarnemen is gelijk aan het verschil tussen de twee uitgezonden
frequenties.
Bij het stemmen van een gitaar etc. maken we hiervan gebruik. Ook zijn zwevingen
goed waar te nemen op de rivier als een dubbel schroevige boot voorbijvaart.
-
Aanwijzingen voor de animatie.
- Je kunt in de tekstvelden de frequencies veranderen. Klik daarna op
<Enter> om de verandering door te voeren.
- Met de knopen Reset en Hervat, kun je de simulatie terugbrengen naar de beginstand of hervatten.
- Met de optie "vertraagd" gaat de simulatie een factor 10 langzamer.